Toni Willé

Toni Willé

Toni Willé, geboren Antonia Johanna Cornelia Kowalczyk (Brunssum, 26 juni 1953), is een Nederlands zangeres. Ze werd bekend als zangeres van Pussycat en ging vanaf 1985 verder als solozangeres. 

Kowalczyk werd geboren in de Treebeek, een woonwijk van Brunssum in Limburg. Haar vader overleed een week voor haar geboorte. Haar meisjesnaam Kowalczyk is niet de naam van haar vader, maar van haar stiefvader, een Poolse mijnwerker en latere partner van haar moeder. Hij heeft de vier zusjes echter opgevoed als zijn eigen kinderen (het jongste zusje zong niet in Pussycat). Toen Betty (1951), Marianne (1952) en Toni (1953) tussen de 6 en 8 jaar oud waren, kregen ze van hem elk een gitaartje cadeau. Ongeveer een jaar later vormden ze hun eerste zangtrio, de Drie Zingende Zusjes genaamd.

Pussycat in 1984

In de jaren zestig traden ze op als de BG’s From Holland, waarbij BG de afkorting is voor Beat Girls, terwijl dat door het publiek ook wel werd opgevat als de Bee Gees van wie ze veel muziek op het repertoire hadden staan. Ander geliefd repertoire kwam van artiesten van Motown. Gitaarles kregen ze aanvankelijk van mijnheer Keuzekamp en vervolgens trad Werner Theunissen aan als gitaarleraar. Theunissen werd later van groot belang voor Pussycat, omdat hij meer dan 55 liedjes voor hen schreef, waaronder de hit Mississippi. In 1973 nam ze als Sally Lane een solosingle op met de titel For you.

Ondertussen werd ze verliefd op Lou Willé die bij Ricky Rendell & The Centurions speelde. Met hem trouwde ze later. Hij kwam bij hen spelen en in 1973 voegden zich nog drie leden van de band Scum bij de meiden: drummer Theo Coumans, gitarist John Theunissen en bassist Theo Wetzels.

Pussycat

Pussycat was een Nederlandse popgroep uit de Limburgse plaats Brunssum. De band had in het midden van de jaren zeventig vier internationale hits op rij: Mississippi (1975), Georgie (1976), Smile (1976) en My broken souvenirs (1977) en daarna nog een serie hitsingles in Nederland en België. Mississippi stond in 14 landen op nummer 1 en kende geen hitnotering in de VS, het land waar die rivier stroomt. Tweeëntwintig platen behaalden de status van goud. Het leeuwendeel van de nummers van de band, minstens 55, werd geschreven door Werner Theunissen.

Drie Zingende Zusjes

Toen Betty (1951), Marianne (1952) en Toni (1953) Kowalczyk tussen de 6 en 8 jaar oud waren, kregen ze van hun stiefvader elk een gitaartje cadeau. Ongeveer een jaar later vormden ze hun eerste zangtrio, de Drie Zingende Zusjes. Daarna traden ze op als de BG’s From Holland, ook wel Beat Girls From Holland. Eerst was José Schokkenbroek de drumster en in 1968 nam de 13-jarige Tonny Jeroense de stokjes over. In 1969 of 1970 werd de naam gewijzigd in Sweet Reaction. In 1970, 1971 en 1975 verschenen drie singles. Hoewel deze geen notering in de hitlijsten behaalde, kwamen ze wel in een uitzending van Eddy Becker’s The Eddy-go-round show te staan, waar die keer ook Demis Roussos en Soulful Dynamics optraden.

Lokaal had de band het druk met optredens. Lou Willé, die samen met twee broers in Ricky Rendell And His Centurions speelde, kreeg een relatie met zangeres Toni en stapte over naar Sweet Reaction. De band stond in die jaren onder leiding van Werner Theunissen en verder speelden Henk Hochstenbach (ex-The Sharons, ex-Goldwings) en Hans Lutjens mee tot 1973. Lutjes kwam in 1978 weer terug bij Pussycat.

In 1973 kwamen daar vervolgens nog drie leden van de metalband Scum bij: drummer Theo Coumans, gitarist John Theunissen en bassist Theo Wetzels. Naast deze drie nieuwkomers bestond de band toen uit de drie zussen en Lou Willé.

Ze maakten opnames op cassettebandjes die ze naar verschillende platenmaatschappijen stuurden. Tim Griek bood hun vervolgens aan om demo’s op te nemen in de EMI-studio. Omdat de band te weinig nummers had, werd Mississippi er ook maar bijgedaan, ondanks dat ze zelf niet veel hadden met het nummer. EMI zag hier juist potentie in en ze kregen een contract voor twee singles, Mississippi en Georgie. Eddy Hilberts werd hen toegewezen als producer en het was op zijn initiatief dat de naam werd gewijzigd in Pussycat.

 

 

Internationaal succes

In april brachten ze de single Mississippi uit. De single sloeg eerst niet aan tot het op een gegeven moment werd opgepikt door de dj Meta de Vries. Binnnen enkele weken stond de band in het televisieprogramma van Kick Stokhuyzen en nog maar weinig weken later bereikte het de nummer 1-positie van de Nederlandse hitlijsten.

Hierna volgden noteringen in een groot aantal landen en tot verrassing van Toni Willé hoorde zij tijdens haar vakantie in Londen dat het nummer ook daar opgepikt werd. EMI boekte hun vakantieadres daarop om naar een kamer in het Hilton Hotel. In Engeland was het zelfs de eerste nummer 1-hit van Nederlandse bodem. Uiteindelijk belandde het nummer in veertien landen op nummer 1. Mississippi was ook meteen de grootste hit en wereldwijd werden er vijf miljoen exemplaren van verkocht. Niet lang erna namen de drie zussen ontslag bij DSM waar ze alle drie werkten als telefoniste. In de VS, het land van de Mississippi-rivier, behaalde het lied geen hitnotering.

De volgende single, Georgie (1976) werd opnieuw een nummer 1-hit in Nederland en kwam op nummer 2 in België, Oostenrijk en Zwitserland. Daarnaast stond het hoog in de hitlijsten van Duitsland en Nieuw-Zeeland. Daarna verscheen Smile (1976) die in Nederland en België bleef steken op nummer 2. Het was niettemin opnieuw een internationale hit met noteringen in nog zes andere landen, waaronder in het Verenigd Koninkrijk. Hun vierde single My broken souvenirs kwam in Nederland en België weer op nummer 1 te staan, evenals in Nieuw-Zeeland. Daarnaast was het een hit in de drie Duitstalige landen. De schrijver van al deze hits en van het grootste deel van hun repertoire was Werner Theunissen. Theunissen was hun gitaarleraar en sinds het begin van de band bij Pussycat betrokken.

Pussycat werd in 1976 onderscheiden met de Conamus Exportprijs voor hun internationale succes. Daarnaast ontvingen ze meer prijzen, zoals een Edison, een Zilveren Harp en een Goldener Löwe in Duitsland van RTL.

Hierna behaalde de band tot en met Then the music stopped (1981) nog negen hits in de lijsten van Nederland en België, maar niet meer in andere landen. In Nederland volgden daarna nog drie hits, waaronder met Teenage queenie (1981) die ook elf weken in Duitsland genoteerd stond.

Pussycat bracht zes reguliere elpees uit, waarvan de eerste vier werden geproduceerd door Eddy Hilberts. De arrangementen werden geschreven door Hilberts, Paul Natte en Wim Jongbloed. De vijfde werd geproduceerd en gearrangeerd door Pim Koopman en de zesde door het Duitse duo Günter Lammers en Juan Bastós. De eerste twee, First of all (1976) en Souvenirs (1977), behaalden de hitlijsten in verschillende landen en de laatste kende alleen een notering in Nederland.

Coumans verliet in 1978 de band en werd opgevolgd door Hans Lutjens die ervoor ook al met hen bij Sweet Reaction had gespeeld. Intussen won de bandrecorder steeds meer terrein en werd het optreden met een begeleidingsband relatief duur. Vanaf 1980 ging ook Pussycat over op de bandrecorder en gingen de drie zussen met Lou verder. Optredens die ze in deze tijd (1981-82) wel onder begeleiding deden, deden ze met Kees Buenen, Frans Meijer en Ferd Berger, drie oud-leden van de BB Band. Uiteindelijk besloten ze in 1985 om Pussycat op te heffen.

Solocarrière

In de eerste jaren bracht ze drie albums uit, Privilege (1985), Working girl (1987) en New words to an old love song (1989). Ze bereikten de hitlijsten niet en in de jaren erop bleef het relatief stil rond haar. Wel had ze in 1990 nog een single samen met de Nederlandse countryband Major Dundee, voor wie ze dat jaar gastmuzikant was voor de opnames van hun elpee Continental cowboy. Ook zong ze Love in a heatwave dat werd ingezet als themesong voor de film De flat (1994).

Hiernaast zong ze ook mee op platen van anderen, zoals op het album Homecoming (1989) van Gé Reinders (naast andere artiesten als Ernst Jansz en George Kooymans) en het duet Our love is so big met haar voormalige Pussycat-producer, Eddy Hilberts alias Eddy Holland, op zijn album Come on, honey… Dance with me!! (2011) Een enkele maal zong ze in het Limburgs, zoals in 2009 het duet Ein sjtern met Jo Smeets op het album Limburg alein – deil 3.

Van 1999 tot 2001 werkte ze veel samen met Benny Neyman. Ze bracht met hem het album American duets uit en stond meerdere weken in de Mega Top 100 met hun duet Oh, how I miss you tonight (1999). Ook verscheen er in deze jaren nog een duet met Danny Vera, Heart half empty, en nam ze twee nummers op met Major Dundee voor hun album Young gods (2005).

In de jaren erop verschenen nog drie albums en geen singles, en in de volgende jaren albums en een reeks aan originele singles als download. Onder meer verscheen Impressions (2012) die werd opgedragen aan Werner Theunissen, haar vroegere gitaarleraar en songwriter. Verder verscheen Happy (2013) van de hand van Paul Logister die ook de B-kant What love can do schreef.

Gedurende haar solocarrière bracht ze bij elkaar 8 albums uit en meer dan 30 singles. De Dutch Country Association riep haar vijf jaar achter elkaar uit tot beste countryzangeres van Nederland. Ondanks dat haar soloplaten niet de verkoopaantallen kenden als met Pussycat, heeft ze in het buitenland haar sterrenstatus behouden. Terugkerend trad ze in andere Europese landen op tijdens optredens en tv-uitzendingen, zoals in Duitsland (in 2008 nog wekelijks), Polen, Griekenland, Slovenië en Griekenland. Ook had ze nog een aantal optredens en een album met Daniel Rae Costello en andere artiesten van de Fiji-eilanden en ging ze in 2012 en 2013 voor concerten naar Zuid-Afrika. Het eerste jaar was dat in Pretoria tijdens een groot concert met BZN en George Baker en het jaar erop tijdens het Aardklop-festival. In juli 2014 trad ze op tijdens de Americana International Show, een 3-daags festival in Prestwold Airfield bij Loughborough in Engeland.

Bron: Wikipedia & Toni Wilé